Opvoeding, onderwijs, leren ?

Alle levende wezens vertonen ontwikkeling als een kenmerkende eigenschap.
Dat geldt voor planten, voor dieren en ook voor de mens.

Uit: ‘Ontwikkelend onderwijs’ – C.F. van Parreren

In de Sterrebloem vertrekken we vanuit de visie dat het kind zich steeds als een geheel ontwikkelt. Het is dus noodzakelijk om bij het begeleiden van dit proces rekening te houden met alle samenhangende aspecten, namelijk de verstandelijke, gevoelsmatige, geestelijke, lichamelijke, sociale en creatieve ontwikkeling. Alleen dan kan je zeker zijn dat een kind voldoende ruimte en voeding krijgt om zijn mogelijkheden te ontplooien. Het geloof dat je als begeleider of als ouder dit proces kan beïnvloeden is de drijfveer om samen te blijven zoeken naar wat kinderen nodig hebben om tot efficiënt leren te komen.

Om onze visie op leren vorm te geven creëerden we een model dat de, voor ons, optimale groei van het kind illustreert. Die groei begint bij de kern waarin we de drie voorwaarden om tot leren te komen benadrukken. Daarna beschrijven we onze kijk op de cognitieve ontwikkeling, het belang van ontwikkelen van vaardigheden en attitudes en de inhouden die we, vanuit onze cultuur, nodig hebben om deel te nemen aan onze samenleving die we in ons mens- en maatschappijbeeld dromen.

Onze kijk op leren is sterk geïnspireerd door het gedachtengoed van L. Vygotsky, dat door C.F. van Parreren (in zijn boek ‘Ontwikkelend onderwijs’) verder werd uitgeschreven. Een belangrijk begrip daarin is ‘de zone van de naaste ontwikkeling’. Dit is de ontwikkelingszone waar het kind net aan toe is, maar nog geen besef over heeft, en waarin het dus op een veilige manier kan worden uitgedaagd om deze te exploreren .

Vanuit de theorie van R. Feuerstein leren we hoe kinderen te stimuleren in hun denken en hoe we dit als begeleider op een mediërende manier kunnen doen. Het werk van P. P. Gagné ondersteunt ons in het concretiseren van deze visie.

1. In de Sterrebloem zijn we ervan overtuigd dat kinderen zich op hun gemak moeten voelen, emotioneel zo vrij mogelijk moeten zijn, om tot efficiënt leren te komen. Wij erkennen elk kind in wie ze werkelijk zijn! We leren hen kijken naar en omgaan met hun kwaliteiten, eigen karaktertrekken en beperkingen, waardoor zij een realistisch zelfbeeld en een groter zelfvertrouwen ontwikkelen. Elk leerproces vertrekt vanuit hun natuurlijke nieuwsgierigheid, wat hun motivatie, gedrevenheid en enthousiasme om te leren actief houdt.

2. Als school hechten wij veel belang aan de cognitieve ontwikkeling: het is belangrijk dat kinderen zich openstellen voor een leerervaring. Het volstaat niet dat er kennis aangeboden wordt, het is vooral de manier waarop deze verwerkt en opgenomen wordt die telt. Met deze open houding ontwikkelen kinderen het denken: van meedenken, zelf oplossingen zoeken voor problemen tot creatief denken. Tijdens dit proces richten kinderen hun aandacht en verkennen de situatie door bewust waar te nemen. Zo wordt bij elke ervaring het geheugen aangesproken en verrijkt, zodat ze later als mentale voorstelling bij nieuwe situaties gebruikt kan worden.

3. Om deze ontwikkeling optimaal te laten verlopen zorgen we ervoor dat het oefenen en verfijnen van vaardigheden en attitudes betekenisvol verweven zit in onze dagelijkse werking. Zo hechten wij veel belang aan, onder meer, zelfstandigheid, creativiteit, samenwerking, exploratie en experiment, zelfregulering en reflectie, communicatie, initiatief nemen, kritisch zijn.

4. Enerzijds worden de vakken (taal, wiskunde, lichamelijke opvoeding, muzische vorming, wereldoriëntatie) aangewend om bovenstaande vaardigheden en attitudes te verwerven, anderzijds worden deze geleerde vaardigheden en attitudes aangesproken om de inhoud van de vakken te beheersen.